Nieuwe klant Login
Rode-wijnen
Rode wijnen
Rosé-wijnen
Rosé wijnen
Witte-wijnen
Witte wijnen
Mousserende-wijnen
Mousserende wijnen

Druivenrassen en wijnen

Het gebied produceert ongeveer evenveel witte als rode wijn. Garganega en Trebbiano zijn belangrijke witte druivenrassen. Er worden over het algemeen vrij lichte droge witte wijnen van gemaakt. Zoete recioto en bruisende spumante komen ook voor. Voor de rode wijnen zijn de Corvina Veronese, Rondinella en Molinara belangrijk. De wijnen van deze druiven zijn over het algemeen sappig en fruitig. Een uitzondering is de zware Amarone, die gemaakt wordt van ingedroogde druiven.

Herkomstgebieden

Veneto behoort tot de grootste wijngebieden van Italië. Het heeft altijd al lichte wijnen geproduceerd. Niet allemaal even goed, waardoor het gebied lange tijd een twijfelachtige reputatie had. De strenge wijnwetten hebben voor een iets betere kwaliteit gezorgd. Inmiddels heeft Veneto 14 DOCG-erkenningen en 27 DOC-gebieden. Hierna worden de belangrijkste behandeld.

DOCG Recioto della Valpolicella en DOCG Ama­ro­ne della Valpolicella

Het heeft lang geduurd, maar enkele van de meest bekende wijnen van Italië zijn nu ook DOCG geworden, de Amarone en de Recioto van Valpolicella. Beide wijnen zijn gemaakt van ingedroogde druiven (recioto). Het grote verschil is dat Amarone niet zoet is. Deze wijnen worden gemaakt van de Corvina Veronese.

De druiven voor recioto komen altijd van de best ­gelegen wijngaarden en de mooiste trossen. Om de druiven niet te beschadigen worden ze voorzichtig naast elkaar in houten kratjes of op rekken in donkere, goed geventileerde schuren te drogen gelegd. Dit ­proces duurt enkele maanden. De druiven verliezen hierdoor 25 à 40 procent aan vocht, waardoor de concentratie van suiker, aroma- en smaakstoffen toeneemt. Na het drogen worden de druiven ontsteeld en voorzichtig geperst. Vervolgens vindt een langzame gisting plaats die ongeveer veertig dagen duurt. Nog niet alle suikers zijn dan vergist. Men maakt er twee wijntypen van: de zoete Recioto della Valpolicella en de droge Amarone della Valpolicella.

De wijn die voor de zoete recioto bestemd is, gaat in kleine fusten en wordt bij een lage temperatuur bewaard. Door de lagere temperatuur gist de wijn niet verder, zodat de restsuikers bewaard blijven. De minimale rijping is 25 maanden.

Een Amarone laat men heel langzaam op grote fusten uitgisten. Het resultaat is een zware en droge rode wijn die heel lang bewaard kan worden.

DOCG Recioto di Soave, DOCG Soave Superiore en DOC Soave

Soave is het gebied van de bekendste witte wijn van Italië. Het ligt gedeeltelijk in het gebied van de Valpolicella. Witte druiven gedijen vaak beter in een wat koeler klimaat. Soave ligt dan ook op de uitlopers van de Alpen, aan de noordkant van de Povlakte. Deze wijn moet voor minimaal 70 procent bestaan uit de Garganega. De meeste Soaves zijn gemakkelijk drinkbare dorstlessers. De beste wijnen van Soave hebben recht op de DOCG Soave Superiore. Er wordt in Soave ook een recioto gemaakt: de Recioto di Soave heeft ook de DOCG-status.

DOCG Prosecco Conegliano Valdobbiadene, DOCG Prosecco Colli Asolani en DOC Prosecco

Prosecco is de naam van het druivenras. De lichte en mousserende wijn die je er van maakt is in korte tijd geliefd geworden en niet alleen in ons land. Door die grote populariteit is men allerlei niet te dure bruisende wijn Prosecco gaan noemen. In 2009 is daar een einde aan gekomen. De wijnen uit de twee beste gebieden krijgen de DOCG-status: de DOCG Prosecco Conegliano Valdobbiadene en de DOCG Prosecco Colli Asolani. Soortgelijke wijnen van de Prosecco-druif uit de omliggende provincies Belluno, Gorizia, Padova, Pordenone, Treviso, Trieste, Udine en Venezia mogen zich DOC gaan noemen. Het oppervlak bedraagt zo’n 11.000 hectare, met een jaarlijkse productie van 1,2 miljoen hectoliter.

DOCG Bardolino Superiore en DOC Valpolicella

De volle rode en fruitige wijnen van de DOCG Bardolino Superiore komen uit het dorpje Bardolino bij het Gardameer. Ze worden vooral gemaakt van de Corvina Veronese: de blauwe druif van deze streek. Deze Corvina is ook belangrijk voor de wijnen van de DOC Valpolicella. Andere druiven zijn Rondinella, Molinara, Barbera, Sangiovese, Merlot en Cabernet Sauvignon. Er is ook een ‘gewone’ Bardolino, zonder de toevoeging ‘superiore’. Dat is geen DOCG, maar een DOC.

De grond in de DOC Valpolicella is rijker dan in Bardolino. Valpolicella heeft minder diepgang en is dikker en ronder dan Bardolino. Binnen de DOC Valpolicella is een groot kwaliteitsverschil tussen de gewone wijn en de classico. De oorspronkelijke wijngaarden liggen op de heuvels aan de noordwestelijke kant van het gebied, op ongeveer 600 meter hoogte. De verkoelende winden vanaf het Gardameer zorgen voor een langzame rijping, waardoor de druiven verfijnde aroma’s krijgen.

 

Wijnterrassen voor de DOC Valpolicella in Veneto
Wijnterrassen voor de DOC Valpolicella in Veneto

De Corvina Veronese is een lastig druivenras. De eerste drie of vier knoppen aan de ranken dragen geen fruit. De ranken met de druiven zitten dus verder van de stam af en zijn langer. Het aloude pergolasysteem om de ranken te geleiden is daarom nog steeds een waardevolle methode voor deze druif.

Pergolasysteem: ranken worden langs hoog gespannen draden geleid
Pergolasysteem: ranken worden langs hoog gespannen draden geleid

 

Sinds enige jaren is een andere kloon van de Corvina ontdekt: de Corvina grosso. Deze draagt wel aan alle knoppen vrucht en kan daarom volgens de Guyot-methode gesnoeid worden. De schillen van de Corvina grosso zijn echter dunner dan die van de Veronese variant, waardoor hij gemakkelijk beschadigd raakt bij hagelbuien.